Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 31 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7513.

(ii) [Eiser] heeft zich voorts bij onderhandse akte van 9 juli 1992 samen met zijn echtgenote borg gesteld ten behoeve van de bank voor al hetgeen de dochtervennootschappen aan de bank verschuldigd zijn of zullen worden, zulks tot een maximum van ƒ 300.000,--. Deze tweede borgtocht was een voorwaarde voor de bank om een aankoop ter waarde van ƒ 300.000,-- door FETS B.V. te financieren onder het in maart 1992 verleende krediet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/600b395449aae4ff6d4250ebd8bf5898ac947af347bdcbdce5f3a556d9767165. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 600b395449aae4ff6d4250ebd8bf5898ac947af347bdcbdce5f3a556d9767165, en de alinea staat in dat document op bytes 7736 tot 8181.