Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 35 Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7513.
3.2 In het onderhavige geding heeft de bank haar hiervoor in 1 weergegeven vordering ingesteld. [Eiser] heeft tegen deze vordering een reeks verweren aangevoerd. Tot deze verweren behoorde dat hij zich beriep op de nietigheid van de onderhavige borgtochten ingevolge art. 1:88 lid 1, aanhef en onder c, BW omdat zijn echtgenote daarvoor geen toestemming heeft gegeven. De bank heeft daartegen aangevoerd dat die toestemming in het onderhavige geval niet was vereist, gezien art. 1:88 lid 4, waarin een uitzondering wordt gemaakt op de bepaling waarop [eiser] zich beroept. [Eiser] heeft deze stelling gemotiveerd bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/600b395449aae4ff6d4250ebd8bf5898ac947af347bdcbdce5f3a556d9767165. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 600b395449aae4ff6d4250ebd8bf5898ac947af347bdcbdce5f3a556d9767165, en de alinea staat in dat document op bytes 9688 tot 10324.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/600b395449aae4ff6d4250ebd8bf5898ac947af347bdcbdce5f3a556d9767165 | shasum -a 256