Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 57 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7535.

Indien de curator, zoals in het onderhavige geval, een tot de boedel behorende vordering cedeert aan een derde, brengt het aan art. 6:145 BW ten grondslag liggende beginsel, mede gelet op de gedachte waarop art. 53, lid 1, F. is gebaseerd - namelijk dat iedere schuldeiser van de boedel zijn schuld aan de boedel als 'onderpand' mag beschouwen voor de betaling van zijn vordering - mee art. 53, lid 3, F. van overeenkomstige toepassing te achten in geval van cessie door de curator. Deze uitleg vindt ook steun in de wetsgeschiedenis van art. 6:136 BW. Blijkens deze bepaling komt de voor verrekening buiten faillissement getroffen regeling - waarop de verrekeningsregels in faillissement voortbouwen - immers erop neer "dat de in het huidige recht gestelde algemene eis van vereffenbaarheid wordt teruggebracht tot een regel die alleen van toepassing is in die situaties waarin het redelijk is deze eis te stellen" (MvA II, Parl. Gesch. Boek 6, blz. 510). Ten aanzien van de vraag wanneer dat het geval is, werd in de MvA II t.a.p. opgemerkt: "Wat hier redelijk is, zal (...) sterk van de omstandigheden afhangen, waaronder (...) de verwachtingen omtrent de mogelijkheid van verhaal op de wederpartij (...)".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f54a77e4af85cf70f80a1969470cbfb8e4b24e7076e8bf2c4905b3d8cd17efc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f54a77e4af85cf70f80a1969470cbfb8e4b24e7076e8bf2c4905b3d8cd17efc, en de alinea staat in dat document op bytes 16296 tot 17518.