Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 58 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7535.

3.5 In onderdeel 3 van het middel liggen op het voorgaande gerichte rechtsklachten besloten. Het onderdeel voert terecht aan dat de rechter alle omstandigheden van het geval moet betrekken bij zijn beoordeling of JMH met recht een beroep heeft gedaan op art. 6:136 BW. Tot die omstandigheden behoort, zoals het onderdeel terecht aanvoert, dat Frog geen reconventionele vordering kon instellen tegen [verweerster], die immers niet haar contractuele wederpartij was. Ten onrechte heeft het Hof dan ook aan zijn oordeel dat aan Frog in de gegeven omstandigheden geen beroep op verrekening toekomt, nu de gegrondheid van haar gestelde tegenvordering niet op eenvoudige wijze is vast te stellen, mede ten grondslag gelegd dat Frog geen reconventionele vordering heeft ingesteld tegen [verweerster].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f54a77e4af85cf70f80a1969470cbfb8e4b24e7076e8bf2c4905b3d8cd17efc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f54a77e4af85cf70f80a1969470cbfb8e4b24e7076e8bf2c4905b3d8cd17efc, en de alinea staat in dat document op bytes 17556 tot 18363.