Citaat | Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 72 Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7537.
3.4.3 Het Hof heeft de stellingen van [eiser] dat hij geen precieze herinnering en ook geen stukken meer had over deze uit 1980 daterende transactie en dat hij is misleid door [verweerder 2], niet aannemelijk gevonden en in het bijzonder vastgesteld dat op [eiser] de verplichting rustte om feiten en omstandigheden te stellen waaruit zou kunnen volgen dat de door het hof onwaarschijnlijk geachte situatie dat [eiser] zich in het geheel niet van de processtukken en het tussenvonnis op de hoogte had gesteld, zich heeft voorgedaan. Aan deze stelplicht heeft [eiser] volgens het hof niet voldaan. Op grond daarvan heeft het hof aangenomen dat deze situatie zich niet heeft voorgedaan en daaraan de conclusie verbonden dat [eiser] voldoende op de hoogte was van de inhoud van de processtukken. Deze oordelen van het hof getuigen niet van een onjuiste rechtsopvatting en zijn ook niet onbegrijpelijk. Voor het overige kunnen zij, als voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt, in cassatie niet op juistheid worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d7934754f2cd893f6fb83d9f7e5482280873146ae13270f43b023925358d202. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d7934754f2cd893f6fb83d9f7e5482280873146ae13270f43b023925358d202, en de alinea staat in dat document op bytes 23908 tot 24956.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d7934754f2cd893f6fb83d9f7e5482280873146ae13270f43b023925358d202 | shasum -a 256