Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 42 Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7538.
3.2 Uit het door het Hof aangehouden procesdossier blijkt hetgeen is vermeld in de conclusie onder 16. In het licht van deze gegevens, in samenhang beschouwd, moet worden aangenomen dat het oordeel van het Hof dat de memorie van grieven is ingediend op 23 mei 2000, op een kennelijke vergissing berust. Die gegevens laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat de memorie van grieven op 22 mei 2000 en derhalve, anders dan het Hof heeft geoordeeld, tijdig is ingediend. Dit brengt mee dat ook het oordeel van het Hof dat het op de grieven en de daarbij gegeven toelichting geen acht kan slaan, geen stand houdt. Het Hof had aan de tijdig ingediende memorie van grieven, anders dan het gedaan heeft, niet voorbij mogen gaan. Onderdeel 1, dat op het vorenoverwogene gerichte klachten bevat, is gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d918c92ef7fb28bb62eb6090ddbe0165afed36cbea45ea1debb557f6f018be7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d918c92ef7fb28bb62eb6090ddbe0165afed36cbea45ea1debb557f6f018be7b, en de alinea staat in dat document op bytes 10274 tot 11087.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d918c92ef7fb28bb62eb6090ddbe0165afed36cbea45ea1debb557f6f018be7b | shasum -a 256