Citaat | Hoge Raad 24 oktober 2003
Alinea 23 Hoge Raad 24 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7557.
3.3.1. Artikel 20a, lid 6, aanhef en letter i, van de Wet bepaalt dat onder een vervreemding van aandelen wordt begrepen het anders dan door overlijden ophouden binnenlands belastingplichtig te zijn. In artikel 25, lid 6, van de Invorderingswet 1990 wordt bepaald dat voor de aldus verschuldigde belasting uitstel van betaling kan worden verleend, dat onder meer beëindigd wordt ingeval de desbetreffende aandelen worden vervreemd. Voorts bepaalt artikel 26, lid 2, van de Invorderingswet 1990 dat het na tien jaar nog op de aanslag openstaande bedrag zal worden kwijtgescholden. De gehele regeling komt erop neer dat de belasting met name betaald moet worden indien binnen de tienjaarsperiode de desbetreffende aandelen worden vervreemd. Hierdoor wordt de vraag opgeroepen of de regeling, hoewel deze de waardestijging van de aandelen belast op een tijdstip gelegen voor de emigratie van de aandeelhouder, dus op een tijdstip waarop de BRK voor hem nog niet geldt, in strijd komt met artikel 12 van de BRK, welke bepaling de heffing over voordelen uit vervreemding van aandelen genoten door een natuurlijk persoon in beginsel toewijst aan het woonland.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cd4063cf5ba2058207fc7bb5c3adbc8b1f2040d1acbb64e49ff64ac6357a51c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cd4063cf5ba2058207fc7bb5c3adbc8b1f2040d1acbb64e49ff64ac6357a51c, en de alinea staat in dat document op bytes 10055 tot 11223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7cd4063cf5ba2058207fc7bb5c3adbc8b1f2040d1acbb64e49ff64ac6357a51c | shasum -a 256