Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 39 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7674.

3.4.1 Onderdeel 2 keert zich primair met een rechtsklacht tegen het oordeel van de Rechtbank (in rov. 5.9 en 5.10) dat, kort gezegd, de oproeping voor de zitting van 8 november 1995 van het Landgericht Kleve per gewone post niet voldoet aan de eisen van het Haags Betekeningsverdrag (hierna: het Verdrag), aangezien op grond van art. 5 lid 1, aanhef en onder a, van dit Verdrag de betekening had dienen te geschieden door tussenkomst van het parket van de Officier van Justitie bij de Rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de betekening dient te geschieden. Het onderdeel betoogt dat art. 10 van het Verdrag in een geval als het onderhavige toezending van gerechtelijke stukken per post toestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8f72639583570586d009bfe9172429deaa13b8ff9862cf04d047e3c67b4a58b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8f72639583570586d009bfe9172429deaa13b8ff9862cf04d047e3c67b4a58b, en de alinea staat in dat document op bytes 12583 tot 13296.