Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 40 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7674.

3.4.2 Art. 10, aanhef en onder a, van het Verdrag bepaalt dat het Verdrag, tenzij de Staat van bestemming verklaart zich daartegen te verzetten, de bevoegdheid gerechtelijke stukken rechtstreeks over de post toe te zenden aan zich in het buitenland bevindende personen, onverlet laat. Nederland heeft niet op de voet van art. 21 van het Verdrag kennis gegeven van bezwaren tegen deze wijze van toezending. De toezending van de oproeping van [verweerder] over de post moet derhalve worden aangemerkt als een door het Verdrag toegestane vorm van kennisgeving. De rechtsklacht is dus gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8f72639583570586d009bfe9172429deaa13b8ff9862cf04d047e3c67b4a58b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8f72639583570586d009bfe9172429deaa13b8ff9862cf04d047e3c67b4a58b, en de alinea staat in dat document op bytes 13335 tot 13937.