Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 41 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7674.

Opmerking verdient echter dat een kennisgeving op de voet van art. 10, aanhef en onder a, van het Verdrag slechts aan de eisen van het Verdrag voldoet, indien het rechtstreeks over de post toegezonden stuk de geadresseerde ook daadwerkelijk heeft bereikt (zie HR 31 mei 1996, nr. 8680, NJ 1997, 29). Nu [verweerder] blijkens de gedingstukken heeft gesteld dat hij de hem over de post toegezonden oproeping voor de zitting van 8 november 1995 van het Landgericht Kleve niet heeft ontvangen, zal, gelet op de betwisting van die stelling door [eiseres], na verwijzing alsnog onderzocht moeten worden of de over de post toegezonden oproeping voor het Landgericht [verweerder] daadwerkelijk heeft bereikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8f72639583570586d009bfe9172429deaa13b8ff9862cf04d047e3c67b4a58b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8f72639583570586d009bfe9172429deaa13b8ff9862cf04d047e3c67b4a58b, en de alinea staat in dat document op bytes 13945 tot 14658.