Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 48 Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7675.
3.5.1 Onderdeel 2 klaagt, subsidiair, dat 's Hofs oordeel niet begrijpelijk is, gelet op de omstandigheden van dit geval. Het voert aan dat de verplichting waarop het beroep op dwaling van [verweerder] c.s. betrekking heeft, geen deel uitmaakt van een duurovereenkomst, maar van een koopovereenkomst die tot een eenmalige prestatie van [verweerder] c.s. verplichtte. Ook de door het Hof gekozen opheffing van het nadeel verplicht [verweerder] c.s. tot het verrichten van een eenmalige prestatie, welke door het Hof is bepaald op het "risico dat [verweerder] c.s. dienden te aanvaarden met betrekking tot de bodemsanering", waarmee volgens het onderdeel niets anders bedoeld kan zijn dan het risico dat [verweerder] c.s. met betrekking tot de bodemsanering dienden te aanvaarden op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Met dit uitgangspunt verdraagt zich niet dat de verplichting tot betaling van het bedrag, waarop het risico is gewaardeerd, eerst op het moment waarop het arrest wordt gewezen werking zou hebben, aldus nog steeds het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4599bc11cb469c3a8ac44548cc12bd19e4e063793450f9565513d19782382d78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4599bc11cb469c3a8ac44548cc12bd19e4e063793450f9565513d19782382d78, en de alinea staat in dat document op bytes 15099 tot 16168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4599bc11cb469c3a8ac44548cc12bd19e4e063793450f9565513d19782382d78 | shasum -a 256