Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 44 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7676.

3.5 Nu van de zijde van [verweerster] tegen het verzoek van [eiser] om pleidooi in het geheel geen bezwaar is gemaakt en ook hetgeen door de rolrechter in de briefwisseling naar voren is gebracht niet de conclusie kan dragen dat toewijzing van het verzoek strijdig zou zijn met de eisen van een goede procesorde, is het middel in zoverre terecht voorgesteld. Voor zover in het oordeel van de rolrechter dan wel de Rechtbank besloten ligt dat het bepaalde in art. 2.12 van het Landelijk reglement voor de civiele rol bij de rechtbanken (gepubliceerd in Stcrt. 2000, 124) meebrengt dat in een geval als het onderhavige geen recht op pleidooi (meer) bestaat, is dit oordeel, naar het middel terecht betoogt, onjuist, nu het bepaalde in dat reglement niet kan afdoen aan het op de wet - art. 144 (oud) Rv. - gebaseerde recht op pleidooi. Het middel behoeft voor het overige geen behandeling meer. Het Hof zal partijen tot pleidooi moeten toelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c27ff45182239015b5b2f736868de62eca35acb9d6a973febc6614cb432d2667. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c27ff45182239015b5b2f736868de62eca35acb9d6a973febc6614cb432d2667, en de alinea staat in dat document op bytes 10975 tot 11931.