Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 49 Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7679.
3.3.2 Het middel faalt. Het Hof heeft klaarblijkelijk de onderhavige door [eiseres] ingestelde vordering in die zin uitgelegd, dat deze was gericht op schorsing van de executie die de maatschap in 1991 daadwerkelijk met betrekking tot de in beslag genomen onroerende zaken van [betrokkene 1] en [eiseres] in gang had gezet, en niet begrepen als een vordering die ook betrekking had op alle eventueel verder door de maatschap te nemen executiemaatregelen. In aanmerking genomen, dat [eiseres] na de hervatting van de procedure bij het Hof niets heeft aangevoerd omtrent nadien te nemen executiemaatregelen van de maatschap, en dat derhalve moet worden aangenomen dat het belang van [eiseres] bij de vordering was vervallen, nadat de in beslag genomen zaken door de curator waren verkocht, is 's Hofs niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gevende oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/533e05e7007ba2ff7e5abb833570a97a1614529feaa5cc7c8ea62ba226c16e20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 533e05e7007ba2ff7e5abb833570a97a1614529feaa5cc7c8ea62ba226c16e20, en de alinea staat in dat document op bytes 13016 tot 13935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/533e05e7007ba2ff7e5abb833570a97a1614529feaa5cc7c8ea62ba226c16e20 | shasum -a 256