Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 52 Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7679.
3.5 In rov. 6.4 heeft het Hof de door [eiseres] gevorderde schorsing van de executie van het vonnis van 6 november 1990 beoordeeld aan de hand van de maatstaven die in de rechtspraak van de Hoge Raad zijn ontwikkeld met betrekking tot de bevoegdheid van de rechter om staking of schorsing van de executie van vonnissen te bevelen. Naar middel III met juistheid betoogt, zien die maatstaven uitsluitend op gevallen waarin een partij in een procedure die heeft geleid tot het desbetreffende vonnis, staking of schorsing van de executie daarvan vordert en behoren die maatstaven niet te worden toegepast als het gaat om een derde, zoals in dit geval [eiseres], die zich met een kort geding verzet tegen de executie van een vonnis dat is gewezen in een procedure waarin zij geen partij is. [eiseres] kan zich dus, anders dan het Hof heeft geoordeeld, wel degelijk in kort geding met een beroep op de vernietiging van de borgstelling verzetten tegen de door de maatschap voorgenomen executie van het vonnis van 6 november 1990.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/533e05e7007ba2ff7e5abb833570a97a1614529feaa5cc7c8ea62ba226c16e20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 533e05e7007ba2ff7e5abb833570a97a1614529feaa5cc7c8ea62ba226c16e20, en de alinea staat in dat document op bytes 14936 tot 15971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/533e05e7007ba2ff7e5abb833570a97a1614529feaa5cc7c8ea62ba226c16e20 | shasum -a 256