Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 39 Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7680.
3.3.2 Het heeft daartoe in rov. 4.5.1 overwogen dat de vordering van [eiseres] betrekking heeft op ruim voor het einde van 1996 verbeurde dwangsommen en vervolgens geoordeeld dat het een ook in de Nederlandse Antillen levend rechtsbeginsel is dat het, gezien de aard van het daarop betrekking hebbende vorderingsrecht, onredelijk is jegens een debiteur daarvan (te) lang met de incasso daarvan te wachten. Dit blijkt, aldus het Hof, uit de reeds door de Staten van de Nederlandse Antillen aanvaarde - en op korte termijn in werking tredende - Landsverordening houdende vaststelling van een nieuw Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarin in navolging van Nederland aan de incasso van dwangsommen een algemene verjaringstermijn van zes maanden is verbonden (art. 611g Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed2b1f7c2a8d6cf160b0220f22df77830bc6c1a3b5f54d8b7d428276b66391e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed2b1f7c2a8d6cf160b0220f22df77830bc6c1a3b5f54d8b7d428276b66391e8, en de alinea staat in dat document op bytes 9464 tot 10254.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed2b1f7c2a8d6cf160b0220f22df77830bc6c1a3b5f54d8b7d428276b66391e8 | shasum -a 256