Citaat | Hoge Raad 25 april 2003
Alinea 39 Hoge Raad 25 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7872.
In rechtsoverweging 2.13 van voormeld vonnis heeft de Rechtbank geoordeeld dat het zwembad als een zo integrerend bestanddeel van de levenswijze van [verweerster sub 1] moet worden aangemerkt dat het wegvallen daarvan het woongenot wezenlijk zou beïnvloeden, weshalve in beginsel de kosten voor de aanleg van een inpandig zwembad voor vergoeding in aanmerking komen. Vervolgens heeft de Rechtbank geoordeeld dat de ramingen van die kosten door deskundigen en partijen dermate uiteenliepen dat zij een deskundige zou benoemen om die kosten te begroten. Daarbij heeft zij voorts overwogen dat de hoogte van het door de deskundige te ramen bedrag nog moet worden getoetst aan de maatstaf dat de schadeloosstelling niet op een hoger bedrag kan worden gesteld dan het bedrag waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat iemand die wat financiële en andere omstandigheden betreft in een gelijke positie verkeert als [verweerster sub 1] - gesteld dat hij de nodige middelen zou hebben voor de aanleg van een zwembad - zich voor het verwerven van het aan het zwembad verbonden genot nog het offer zou getroosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a6dd89517746285c85fc78b93d2c73fe5ee5d2d759454b33f9fcfa0c94b8c16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a6dd89517746285c85fc78b93d2c73fe5ee5d2d759454b33f9fcfa0c94b8c16, en de alinea staat in dat document op bytes 11427 tot 12543.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a6dd89517746285c85fc78b93d2c73fe5ee5d2d759454b33f9fcfa0c94b8c16 | shasum -a 256