Citaat | Hoge Raad 12 september 2003
Alinea 62 Hoge Raad 12 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7885.
Voor zover onderdeel 2.1 betoogt dat het Hof de stelling van [verweerder] heeft gepasseerd dat de Provincie hem ten onrechte heeft verwezen naar de mogelijkheid van art. 49 WRO, mist het feitelijke grondslag. Het Hof heeft blijkens zijn rov. 4.6.1 deze omstandigheid ten overvloede betrokken bij zijn beoordeling van de onrechtmatigheid van het handelen van de Provincie. Voor zover het onderdeel aanvoert dat het Hof de verwijzing naar art. 49 WRO als een zelfstandige onrechtmatige daad van de Provincie had moeten aanmerken, kan het bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. Nu het Hof de vordering van [verweerder] reeds op andere grond toewijsbaar oordeelde (vgl. hetgeen hiervoor in 4.2.5 is overwogen), behoefde het zich niet uit te laten over de vraag of ook de verwijzing naar de mogelijkheid van art. 49 WRO een zelfstandige grond voor toewijzing van deze vordering kon opleveren. Zo nodig kan deze vraag na verwijzing nog aan de orde komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a0efcc356397b84450779d12725a078ac6e2c25fd084b1557f7c68022697cac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a0efcc356397b84450779d12725a078ac6e2c25fd084b1557f7c68022697cac, en de alinea staat in dat document op bytes 28639 tot 29610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a0efcc356397b84450779d12725a078ac6e2c25fd084b1557f7c68022697cac | shasum -a 256