Citaat | Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 59 Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7897.

5.3 Onderdeel 4.1 keert zich eveneens tegen rov. 4.5. In deze rechtsoverweging bespreekt het Hof grief I van [eiser], die gericht was tegen het oordeel van de Rechtbank dat [eiser] diende te bewijzen dat enerzijds aan de levering van de omstreden linkerhelft aan [verweerder] geen geldige titel ten grondslag lag terwijl anderzijds voor levering van die helft aan [eiser] wel een geldige titel bestond. Anders dan het onderdeel betoogt, geeft 's Hofs oordeel dat, nu [verweerder] gemotiveerd - immers, door onbetwist te stellen dat aan hem eerder was geleverd dan aan [eiser] - betwistte dat [eiser] eigenaar van de linkerhelft was, [eiser] diende te bewijzen dat aan de levering aan [verweerder] geen geldige titel ten grondslag lag, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ook onderdeel 4.1 treft daarom geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4402fd84765234719f69ce4791d65bddb559415703247ff335e5033c74b13df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4402fd84765234719f69ce4791d65bddb559415703247ff335e5033c74b13df, en de alinea staat in dat document op bytes 17546 tot 18381.