Citaat | Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 19 Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7970.
Zowel artikel 52, dat inhoudt dat de accijns verschuldigd wordt op het tijdstip van de uitslag, als artikel 53, lid 1, van de Wet, dat inhoudt dat de in een tijdvak verschuldigd geworden accijns op aangifte moet worden voldaan, ziet uitsluitend op door een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats wegens uitslag in een tijdvak - op de voet van artikel 2 van de Wet - verschuldigd geworden belasting, met dien verstande dat deze artikelen vanaf 1 januari 1993 mede zien op de accijns die verschuldigd is door de verkoper of diens fiscaal vertegenwoordiger wegens zogeheten intracommunautaire verkopen op afstand (bedoeld in artikel 2e van de Wet). De artikelen 52a en 53a van de Wet betreffen andere gevallen waarin accijns verschuldigd wordt, te weten die bedoeld in de artikelen 2a, 2b, 2c, 2d, en 2f van de Wet. In de onderhavige zaak is de accijns niet verschuldigd geworden ingevolge het bepaalde in een van de artikelen 2 tot en met 2f van de Wet, zodat de artikelen 52, 52a, 53 en 53a van de Wet toepassing missen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0b3d2c7d88255592abf493eff9f015261c5fa95861233aa1e764da44bd98bad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0b3d2c7d88255592abf493eff9f015261c5fa95861233aa1e764da44bd98bad, en de alinea staat in dat document op bytes 8267 tot 9308.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0b3d2c7d88255592abf493eff9f015261c5fa95861233aa1e764da44bd98bad | shasum -a 256