Citaat | Hoge Raad 24 juni 2003
Alinea 110 Hoge Raad 24 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8058.
9. Centraal in de uitspraak van de Hoge Raad stond de vraag hoe de "aanmerkelijke kans" op de dood die de verdachte volgens het Hof in die zaak willens en wetens had aanvaard, moet worden ingevuld. Het Hof had - evenals het Hof in de onderhavige zaak - daarbij de ernst van het gevolg laten meewegen. Dat is volgens de Hoge Raad onjuist:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc00c26531f5292f093924a2928cf4d5ee3117d3e969ddc8b1d73653deac6149. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc00c26531f5292f093924a2928cf4d5ee3117d3e969ddc8b1d73653deac6149, en de alinea staat in dat document op bytes 32475 tot 32825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc00c26531f5292f093924a2928cf4d5ee3117d3e969ddc8b1d73653deac6149 | shasum -a 256