Citaat | Hoge Raad 24 juni 2003

Alinea 39 Hoge Raad 24 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8058.

"Op 1 januari 2001 zijn [verdachte] en ik in mijn woning in [woonplaats A] voor het eerst met elkaar naar bed gegaan. We hebben zonder condoom gevreeën. [Verdachte] ging met zijn penis in mijn vagina. [Verdachte] kwam in mij klaar. Wij zijn de hele dag samen in bed blijven liggen en hebben de gehele dag seks met elkaar gehad. Ik heb samen met [verdachte] een gesprek gehad over onze ervaringen op seksueel gebied. Ik was heel eerlijk tegen [verdachte] geweest en dacht dat hij dat ook tegen mij was. [Verdachte] heeft mij op dat moment niet verteld dat hij het HIV-virus had. Als [verdachte] na 2 januari 2001 bij me kwam, dat zal gemiddeld zo'n drie dagen in de week zijn geweest, hadden wij gemeenschap met elkaar. Altijd was dit zonder condoom. [Verdachte] zei op 22 februari 2001 tegen mij dat hij seropositief is. [Verdachte] wist wat de gevolgen waren van zijn ziekte."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc00c26531f5292f093924a2928cf4d5ee3117d3e969ddc8b1d73653deac6149. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc00c26531f5292f093924a2928cf4d5ee3117d3e969ddc8b1d73653deac6149, en de alinea staat in dat document op bytes 12397 tot 13288.