Citaat | Hoge Raad 1 juli 2003

Alinea 26 Hoge Raad 1 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8069.

"Indien voorwerpen als de onderhavige in een bepaald land zijn vervaardigd, moet naar het aldaar geldende recht worden beoordeeld of de verveelvoudiging van het werk ongeoorloofd is en dus een inbreuk op het auteursrecht oplevert. Dat vloeit voort uit het stelsel van de Berner Conventie, dat ten aanzien van verveelvoudiging meebrengt dat de vraag of een werk bescherming verdient moet worden beoordeeld naar het recht van het land waar de verveelvoudiging is vervaardigd (vgl. HR 27 januari 1995, NJ 1995, 669). Indien aldaar het desbetreffende werk niet of niet meer beschermd is, is de vraag of toestemming is verleend door degene die (elders) rechthebbende is, niet van belang. Dan kan immers niet worden gezegd dat in aldaar vervaardigde voorwerpen als waarvan hier sprake is "met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat"."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaba7a48d0c1e57cfe1497739cab39981ac5d8bad5b25d894661010501dbfc94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaba7a48d0c1e57cfe1497739cab39981ac5d8bad5b25d894661010501dbfc94, en de alinea staat in dat document op bytes 9077 tot 9934.