Citaat | Hoge Raad 19 september 2003

Alinea 38 Hoge Raad 19 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 19 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8270.

3.3 In hoger beroep heeft het hof de grieven in het principale beroep van [eiser] verworpen alsook de grieven in het incidentele beroep, met uitzondering van grief D, die gericht was tegen het oordeel van de rechtbank dat de Stichting en [verweerder 2] dienden te bewijzen dat de (verdere) gevolgen van de koude posttraumatische dystrofie ook zonder het aan [verweerder 2] te verwijten "delay" zouden zijn ontstaan. Hetgeen het hof daartoe heeft overwogen kan, voor zover in cassatie nog van belang, als volgt worden samengevat. De door NN bij brief van 7 juli 1992 jegens [eiser] uitgesproken bereidheid hem de schade te vergoeden ter compensatie van de dystrofie berust op het oordeel vervat in de rapportage van 17 oktober 1991 van de door NN ingeschakelde deskundige, de chirurg dr. [betrokkene 2]. Die bereidheid is mede gebaseerd op de beschouwing van het oordeel van [betrokkene 2] door de medisch adviseur van NN, die met zoveel woorden in zijn bericht van 20 november 1991 concludeert dat hij "het eens is met [betrokkene 2] dat het onzorgvuldig is dat de diagnose Südeck niet eerder is gesteld c.q. is overwogen (m.a.w. aansprakelijkheid staat vast)". (rov. 4.10) De door NN uitgesproken bereidheid om de schade te vergoeden kan niet anders worden geduid - en door [eiser] worden opgevat - dan als een erkenning van aansprakelijkheid jegens [eiser] voor de schadelijke gevolgen van het verweten "delay", waarvan de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat dit de periode van 21 november 1989 tot 25 januari 1990 beslaat. (rov. 4.11 en 4.17) De Stichting en [verweerder 2] beroepen zich ter zake van die erkenning op dwaling omdat het in de rapportage van 17 oktober 1991 vervatte oordeel van [betrokkene 2] niet langer houdbaar is gebleken. Weliswaar moet worden aangenomen dat dit oordeel retrospectief onjuist is, maar dat is ontoereikend om de Stichting en [verweerder 2] niet gebonden te achten aan de erkenning en evenmin voldoende voor het slagen van een beroep op dwaling.(rov. 4.13 en 4.14) Niet valt in te zien dat zich, wat het aanvankelijke oordeel van [betrokkene 2] betreft, de situatie voordoet van een apert ondeugdelijk onderzoek. Veeleer moet worden aangenomen dat zich de situatie van voortschrijdend medisch inzicht omtrent posttraumatische dystrofie voordoet, maar ook dat is onvoldoende om de gebondenheid aan de erkenning van aansprakelijkheid te doorbreken. (rov. 4.15) De kennelijke onjuistheid van het aanvankelijke oordeel van [betrokkene 2] behoort krachtens de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de Stichting en [verweerder 2] te blijven.(rov. 4.16) De bewijslast met betrekking tot de vraag of causaal verband bestaat tussen het "delay" en de gestelde schade, dat wil zeggen: de (verdere) gevolgen van de koude posttraumatische dystrofie, rust op [eiser].(rov. 4.18 en 4.23) Dit causale verband kan echter niet worden aangenomen, zodat de vordering strandt, tenzij de erkenning van aansprakelijkheid in de brief van 7 juli 1992 zich tevens daartoe uitstrekt. Daarvan is geen sprake. Het debat heeft zich aanvankelijk geconcentreerd op de vraag of [verweerder 2] terecht "delay" kan worden verweten. Ter beantwoording van die vraag is het oordeel van [betrokkene 2] verzocht en heeft NN vervolgens aansprakelijkheid voor het "delay" erkend. De formulering van de brief van 7 juli 1992 noch de overige omstandigheden van het geval geven aanleiding aan te nemen dat de erkenning tevens ziet op het minimaal vereiste condicio-sine-qua-non-verband.(rov. 4.24)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75e3f900fe341416264cb00f9b5267eb8c5f102fdb79cbd311b4bc46d72a41e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75e3f900fe341416264cb00f9b5267eb8c5f102fdb79cbd311b4bc46d72a41e0, en de alinea staat in dat document op bytes 11137 tot 14667.