Citaat | Hoge Raad 19 september 2003
Alinea 60 Hoge Raad 19 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 19 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8270.
5.2 Het middel faalt. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat, zoals in onderdeel A wordt betoogd, de keuze van dr. [betrokkene 2] en het opstellen van de aan hem voor te leggen vragen in overleg tussen de raadsvrouwe van [eiser] en NN is geschied, geeft voormeld oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De betrokkenheid van [eiser] bij de keuze van en de vraagstelling aan dr. [betrokkene 2] noch het terugkomen door deze van zijn aanvankelijke oordeel noch de kennelijke onjuistheid daarvan stond in de weg aan 's hofs oordeel, dat, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid kan worden onderzocht; onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is dat oordeel evenmin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75e3f900fe341416264cb00f9b5267eb8c5f102fdb79cbd311b4bc46d72a41e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75e3f900fe341416264cb00f9b5267eb8c5f102fdb79cbd311b4bc46d72a41e0, en de alinea staat in dat document op bytes 22079 tot 22830.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/75e3f900fe341416264cb00f9b5267eb8c5f102fdb79cbd311b4bc46d72a41e0 | shasum -a 256