Citaat | Hoge Raad 19 september 2003
Alinea 43 Hoge Raad 19 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 19 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8273.
3.2 Uit art. VII lid 2 van de Wet van 6 december 2001, Stb. 580, tot herziening van het procesrecht in burgerlijke zaken, volgt dat ten aanzien van het aanwenden van een rechtsmiddel tegen het arrest dat de raadsheer-commissaris in het incident heeft gewezen op 10 januari 2002 en derhalve na het inwerkingtreden van die wet op 1 januari 2002, de bij die wet vastgestelde bepalingen van toepassing zijn (HR 31 januari 2003, nrs C02/175 en C02/187, RvdW 2003, 32 en 33). Daarom moet eerst de vraag worden beantwoord of dit arrest valt onder de reikwijdte van art. 401a lid 2 Rv. waarin wordt bepaald dat van een tussenarrest beroep in cassatie slechts kan worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Te dien aanzien is van belang dat het hier gaat om een door [eiser] als getuige ingestelde vordering waarover door de raadsheer-commissaris definitief is beslist in het dictum van zijn arrest, waarmee aan het incident een einde is gemaakt door de afwijzing van de incidentele vordering. Een dergelijke beslissing moet ten opzichte van [eiser] worden beschouwd als een eindarrest waartegen door hem een rechtsmiddel kan worden ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/becd4f27ac7611eaafbe2b9fd531cf603946926cb72f89297e2c21abaf9cdeb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt becd4f27ac7611eaafbe2b9fd531cf603946926cb72f89297e2c21abaf9cdeb4, en de alinea staat in dat document op bytes 11160 tot 12358.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/becd4f27ac7611eaafbe2b9fd531cf603946926cb72f89297e2c21abaf9cdeb4 | shasum -a 256