Citaat | Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 54 Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8274.
Voor zover het middel bestrijdt hetgeen naar het oordeel van het Hof in zijn rov. 13 en 14 van de vrouw gevergd kon en kan worden (te weten: dat zij vanaf 1990 fulltime had kunnen gaan werken; dat vanaf 1990 van haar had kunnen worden verlangd dat zij reserveringen had getroffen voor een oudedagsvoorziening; dat zij een arbeidsongeschiktheidsverzekering had kunnen afsluiten; en dat zij in de eerstkomende jaren extra voorzieningen treft ter aanvulling van haar AOW en pensioen), is het tevergeefs voorgesteld. In het licht van de zo-even vermelde stelplicht en bewijslast van de vrouw die zich op de in 3.4 bedoelde uitzondering beroept, geven de evenvermelde oordelen van het Hof niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Voor het overige berusten die oordelen op waarderingen van feitelijke aard die in cassatie niet op juistheid kunnen worden getoetst. Tegen de achtergrond van de uit de beschikking van het Hof blijkende omstandigheden, waaronder de inkomens- en vermogenspositie van de man en de vrouw, en het debat van de partijen in de feitelijke instanties, zijn die oordelen ook niet onbegrijpelijk. Zij behoefden voorts geen nadere motivering dan door het Hof is gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/799c25ca1a7af3920be3a6e414290942fac6f78fa331d4275325fef11cb1ef27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 799c25ca1a7af3920be3a6e414290942fac6f78fa331d4275325fef11cb1ef27, en de alinea staat in dat document op bytes 16914 tot 18114.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/799c25ca1a7af3920be3a6e414290942fac6f78fa331d4275325fef11cb1ef27 | shasum -a 256