Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 31 Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8486.

Artikel 15, lid 4, van de Wet houdt in dat op het tijdstip waarop het goed of de dienst in gebruik wordt genomen, wordt bepaald in hoeverre de aftrek gerechtvaardigd is, met andere woorden in welke verhouding het gebruik in het kader van de onderneming staat ten opzichte van het gebruik buiten dat kader. Het op artikel 15, lid 6, van de Wet berustende artikel 12, lid 3, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 bepaalt dat bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van een boekjaar herrekening plaatsvindt van de in aftrek gebrachte belasting op basis van de voor het gehele boekjaar geldende gegevens. Na dat boekjaar vindt geen herrekening of herziening van de aftrek meer plaats. Evenmin voorzien de wettelijke bepalingen in een latere heffing als bedoeld in artikel 6, lid 2, letter a, van de Zesde richtlijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9e36ac4ca11d2ac60b528608c1874b3f9f74a96bbb443ed375e1fb1b3f45608. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9e36ac4ca11d2ac60b528608c1874b3f9f74a96bbb443ed375e1fb1b3f45608, en de alinea staat in dat document op bytes 16510 tot 17357.