Citaat | Hoge Raad 24 juni 2003

Alinea 39 Hoge Raad 24 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8528.

3.2. Ingevolge de art. 449, eerste lid, en 450, aanhef en onder b, Sv kan namens de verdachte beroep in cassatie worden ingesteld door een verklaring op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gewezen, af te leggen door een bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde. Dat brengt mee dat vorenbedoelde verklaring dient te worden afgelegd door iemand die daartoe door de verdachte zelf is gemachtigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76eb7251d51f5cb8d2effe70039610bef729215c08387f2b19d604034877ce07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76eb7251d51f5cb8d2effe70039610bef729215c08387f2b19d604034877ce07, en de alinea staat in dat document op bytes 9270 tot 9711.