Citaat | Hoge Raad 24 juni 2003

Alinea 40 Hoge Raad 24 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8528.

3.3. Aangezien uit het hiervoor onder 3.1 weergegevene niet blijkt dat S.J. Pietersen bij een tijdig door de verdachte zelf gegeven bijzondere volmacht schriftelijk is gemachtigd om namens haar beroep in cassatie in te stellen, kan de verdachte niet in dat beroep worden ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76eb7251d51f5cb8d2effe70039610bef729215c08387f2b19d604034877ce07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76eb7251d51f5cb8d2effe70039610bef729215c08387f2b19d604034877ce07, en de alinea staat in dat document op bytes 9731 tot 10025.