Citaat | Hoge Raad 21 november 2003
Alinea 32 Hoge Raad 21 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8531.
3.1.4. Na de aanvaarding van de hiervóór in 3.1.1 vermelde aangifte heeft verificatie plaatsgevonden in de zin van artikel 68, aanhef en letters a en b, van het CDW. Het resultaat daarvan was dat de bevoegde douaneautoriteiten de goederen meenden te moeten indelen onder post (onderverdeling) 8701 20 10 van de GN. Op basis daarvan heeft de Inspecteur de meerverschuldigde douanerechten geboekt en bij de onderwerpelijke uitnodiging tot betaling aan belanghebbende meegedeeld in de zin van artikel 221, lid 1, van het CDW. Tevens is - met toepassing van artikel 22, lid 1, van de Wet op de omzetbelasting 1968 - bij hetzelfde geschrift de in de ogen van de Inspecteur meerverschuldigde omzetbelasting bij invoer bij wijze van uitnodiging tot betaling geheven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/404cba9cccc038fe2e3c9ad559257e8268bee2d3f497877a030e7f962dae433f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 404cba9cccc038fe2e3c9ad559257e8268bee2d3f497877a030e7f962dae433f, en de alinea staat in dat document op bytes 10898 tot 11672.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/404cba9cccc038fe2e3c9ad559257e8268bee2d3f497877a030e7f962dae433f | shasum -a 256