Citaat | Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 35 Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8560.

4.1 De onderdelen 1 en 2, die zijn gericht tegen de rechtsoverwegingen 13 en 17 van het vonnis van de rechtbank, stuiten af op het bepaalde in art. 399 Rv. Deze overwegingen bevatten immers, anders dan de onderdelen veronderstellen, geen uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven beslissing over de bewijslastverdeling. De rechtbank heeft alvorens enige verdere beslissing te nemen [eiser] overeenkomstig zijn uitdrukkelijk daartoe strekkende aanbod toegelaten tot bewijslevering van feiten die voor de beoordeling van het geschil dat partijen verdeeld houdt, van belang zijn, zonder dat zij daarbij een oordeel heeft gegeven over de vraag wie van partijen bewijs moet leveren en welke de gevolgen zijn als deze daarin niet slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/708c8c10ff220f1419444b2ca302946f1597c624e03e710f193fe86fcd505e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 708c8c10ff220f1419444b2ca302946f1597c624e03e710f193fe86fcd505e03, en de alinea staat in dat document op bytes 9701 tot 10446.