Citaat | Hoge Raad 12 september 2003
Alinea 38 Hoge Raad 12 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8560.
5.1 Het middel keert zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het op de weg van [verweerster] ligt om aan te geven wanneer [eiser] zijn 25 vakantiedagen per jaar heeft opgenomen en dat, nu [verweerster] dit heeft nagelaten, aan haar betwisting van het door [eiser] gestelde aantal niet-genoten vakantiedagen voorbij moet worden gegaan. Onderdeel 1 acht dit oordeel onbegrijpelijk, nu in de stellingen van [verweerster] besloten ligt dat [eiser] zijn vakantiedagen heeft opgenomen gedurende de periode dat hij in het buitenland heeft verkeerd, en dat [eiser], gelet op zijn vrije positie, zelf verantwoordelijk was voor het bijhouden van zijn vakantieuren. Onderdeel 2 strekt ten betoge dat het enkele feit dat vaststaat dat de werknemer recht heeft op 25 vakantiedagen per jaar, nog niet meebrengt dat de werkgever moet aangeven wanneer de werknemer deze vakantiedagen heeft opgenomen en dat bij de bewijslastverdeling op dit punt rekening moet worden gehouden met de wijze waarop de werknemer en de werkgever invulling hebben gegeven aan hun rechtsverhouding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/708c8c10ff220f1419444b2ca302946f1597c624e03e710f193fe86fcd505e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 708c8c10ff220f1419444b2ca302946f1597c624e03e710f193fe86fcd505e03, en de alinea staat in dat document op bytes 11907 tot 12983.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/708c8c10ff220f1419444b2ca302946f1597c624e03e710f193fe86fcd505e03 | shasum -a 256