Citaat | Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 40 Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8560.

5.3 De rechtbank heeft kennelijk geoordeeld dat [verweerster] haar betwisting van de stelling van [eiser] dat hij nog een aantal vakantiedagen tegoed had, niet - in overeenstemming met hetgeen hiervóór in 5.2 is overwogen - voldoende gemotiveerd heeft betwist. Daarbij heeft de rechtbank echter miskend dat ook van een voldoende motivering van deze betwisting sprake kan zijn indien concrete omstandigheden worden gesteld waaruit kan volgen dat de werkgever niet over gegevens kán beschikken met betrekking tot het aantal opgenomen vakantiedagen in verband met de wijze waarop partijen aan de arbeidsovereenkomst invulling hebben gegeven. In het onderhavige geval staat tussen partijen vast dat [verweerster] speciaal was opgericht om [eiser] in staat te stellen activiteiten te ontplooien op het gebied van de meubelimport en is aangevoerd dat [eiser], die vaak in het buitenland verbleef, deze activiteiten met een grote mate van zelfstandigheid mocht uitvoeren, en ook uitvoerde, zonder dat hij een urenverantwoording behoefde af te leggen. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is niet begrijpelijk waarom de rechtbank de verwijzing door [verweerster] naar deze bijzondere omstandigheden niet als een voldoende gemotiveerde betwisting van het door [eiser] gestelde tegoed aan vakantiedagen heeft gezien en waarom zij ondanks dit beroep op deze omstandigheden dat tegoed als vaststaand heeft aangenomen. Het middel treft dus doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/708c8c10ff220f1419444b2ca302946f1597c624e03e710f193fe86fcd505e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 708c8c10ff220f1419444b2ca302946f1597c624e03e710f193fe86fcd505e03, en de alinea staat in dat document op bytes 13671 tot 15123.