Citaat | Hoge Raad 24 juni 2003

Alinea 26 Hoge Raad 24 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8570.

3.4. Bij zijn arrest van 27 februari 2001, NJ 2001, 499 heeft de Hoge Raad beslist dat uit de art. 449-452 Sv, welke bepalingen de wijze regelen waarop rechtsmiddelen dienen te worden aangewend, moet worden afgeleid dat een verdachte te wiens laste een rechterlijke beslissing is gewezen waarin hij op andere wijze dan bij name is aangeduid, geen rechtsmiddel tegen een einduitspraak kan aanwenden anders dan onder bekendmaking van zijn persoonsgegevens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce18059ce73844cc53b7a280662dff3d6dd8ee0dc170e227ae7dd8efdc7e10c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce18059ce73844cc53b7a280662dff3d6dd8ee0dc170e227ae7dd8efdc7e10c1, en de alinea staat in dat document op bytes 9681 tot 10149.