Citaat | Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 46 Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8575.

3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten vermeld in de conclusie van de Procureur-Generaal onder 1. Samengevat gaat het daarbij om het volgende. [Eiser], [verweerders] zijn de kinderen van [de vader] (de vader) en [de moeder] (de moeder). [Eiser] was na het overlijden van zijn vader in 1991 belast met het beheer van de effectenportefeuille, waarvan zijn moeder het vruchtgebruik had gekregen. Bij brief van 15 december 1995 heeft zijn, toen 89-jarige moeder hem "voor de periode van 5 jaar een optie op de eventueel met het "boedel-aandelenpakket" te maken koerswinst voor de prijs van ƒ 135.000,-- (honderd en vijfendertigduizend gulden)" verleend (hierna ook: de optieovereenkomst). De waarde van dit pakket bedroeg op dat tijdstip ƒ 883.859,--. Op 2 juli 1998 heeft [eiser] zijn moeder bericht dat hij de optie wilde uitoefenen en heeft hij haar verzocht de tot dan toe gemaakte koerswinst ten bedrage van ƒ 1.314.627,-- op zijn rekening over te maken in de vorm van aandelen ter waarde van dat bedrag. Aan dit verzoek is voldaan, maar [eiser] is op vordering van zijn moeder, die op 9 augustus 1998 schriftelijk had verklaard "dat het nooit de bedoeling is geweest dat mijn zoon [eiser] de aandelen, of de waarde daarvan, zou krijgen", bij vonnis in kort geding van 6 oktober 1998 veroordeeld tot terugboeking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045, en de alinea staat in dat document op bytes 9334 tot 10676.