Citaat | Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 49 Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8575.
3.3 In hoger beroep heeft het hof de tegen dit oordeel gerichte grief I van [eiser] verworpen. Daartoe heeft het hof, in rov. 4.3 vooropstellende dat de optieovereenkomst rechtsgeldig is aangezien [verweerders] hun verweer dat deze vernietigbaar is op grond van een wilsgebrek onvoldoende hebben onderbouwd, het volgende overwogen. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden, die het hof overneemt, overwogen dat de moeder heeft gestreefd naar een gelijke bevoordeling van de kinderen en dat [eiser] voor zijn beheerswerkzaamheden een redelijke, in onderling overleg vast te stellen vergoeding zou moeten ontvangen (rov. 4.4). De president heeft in zijn vonnis van 6 oktober 1998 hetzelfde overwogen en een en ander komt ook tot uitdrukking in de verklaring van de moeder van 9 augustus 1998, in het bijzonder voor zover deze inhoudt dat haar door [eiser] niet is gezegd dat hij in het bezit zou komen van een groot gedeelte van de aandelen (rov. 4.5). In het licht van deze feiten en omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [eiser] nakoming zou kunnen vorderen van de optieovereenkomst (rov. 4.6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045, en de alinea staat in dat document op bytes 12042 tot 13206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045 | shasum -a 256