Citaat | Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 52 Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8575.

4.1 Onderdeel a berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest. Anders dan het onderdeel veronderstelt, heeft het de door [verweerders] aangevoerde argumenten ter staving van hun verweer dat de optieovereenkomst vernietigbaar is omdat deze is gesloten onder de invloed van een wilsgebrek, niet uitdrukkelijk verworpen: het heeft geoordeeld dat de optieverlening rechtsgeldig is omdat [verweerders] niet hebben voldaan aan de met betrekking tot dat verweer op hen rustende stelplicht. Evenmin heeft het hof, in tegenstelling tot hetgeen het onderdeel voorts veronderstelt, een oordeel gegeven over het aan de zijde van de moeder al dan niet ontbreken van de wil tot het aangaan van de optieovereenkomst. Onderdeel a mist dus feitelijke grondslag en kan daarom niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045, en de alinea staat in dat document op bytes 13417 tot 14222.