Citaat | Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 56 Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8575.
4.4 Onderdeel c (ii) kan wegens gemis aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Het onderdeel gaat ervan uit dat het hof de juistheid van de in het onderdeel vermelde feitelijke stellingen, die [eiser] had aangevoerd ten betoge dat hij recht op nakoming van de optieovereenkomst kon doen gelden, in het midden heeft gelaten, maar dat is niet het geval. Met de zin in rov. 4.6 luidende: "Hetgeen [eiser] daarover in hoger beroep nog te berde heeft gebracht kan niet afdoen aan de conclusies van het tussen moeder en [eiser] gewezen vonnis in kort geding van 6 oktober 1998 en aan voormelde verklaring van moeder van 9 augustus 1998." heeft het hof die stellingen, in aanmerking genomen dat deze niet te rijmen zijn met de gronden waarop het hof zijn door het middel bestreden oordeel heeft gebaseerd, verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045, en de alinea staat in dat document op bytes 17774 tot 18606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1aa5869a146ea0dc77ce70630526ec28f0fb0308cb330901cd5ac1395ef6c045 | shasum -a 256