Citaat | Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 49 Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8578.
Anders dan in het middel wordt betoogd, staan art. 10 van het Verdrag en de daarmee overeenstemmende bepaling van art. 5 lid 4 WCH hieraan niet in de weg. Op de gronden, aangegeven in punt 12 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, moet immers worden aangenomen dat deze bepalingen betrekking hebben op de vraag op welke wijze het bestaan van een huwelijk kan worden bewezen, namelijk door het overleggen van een huwelijksverklaring van een bevoegde autoriteit, doch niet op de vraag of het als huwelijksverklaring overgelegde stuk als echt kan worden aanvaard, en dat de beantwoording van deze laatste vraag is overgelaten aan het nationale recht. Daarbij verdient aantekening dat Ghana geen partij is bij het op wederkerigheid berustende Haags Verdrag tot afschaffing van legalisatie (Verdrag van 5 oktober 1961, Trb. 1963, 28) noch bij enig ander Nederland en Ghana bindend verdrag dat ertoe verplicht in Ghana opgemaakte openbare akten of andere door het bevoegd gezag afgegeven stukken van legalisatie vrij te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f417dbeddb0c30cf71cd8aec3bd9812b0e98b6bad5058ef6c8518756143b37f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f417dbeddb0c30cf71cd8aec3bd9812b0e98b6bad5058ef6c8518756143b37f5, en de alinea staat in dat document op bytes 18201 tot 19240.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f417dbeddb0c30cf71cd8aec3bd9812b0e98b6bad5058ef6c8518756143b37f5 | shasum -a 256