Citaat | Hoge Raad 24 juni 2003

Alinea 21 Hoge Raad 24 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8678.

Op het moment dat de inleidende dagvaarding in de onderhavige zaak werd opgemaakt, waren de richtlijnen 'Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, harddrugs' en 'Kader voor strafvordering' van kracht. Op basis van deze richtlijnen had voor het aanwezig hebben van 1,98 gram cocaïne, hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd, een geldtransactie aangeboden moeten worden. Nu er geen bijzondere omstandigheden aan te wijzen zijn dat verdachte ondanks het in de richtlijnen bepaalde toch vervolgd diende te worden, had het openbaar ministerie een transactieaanbod aan verdachte moeten doen. Nu dit niet gebeurd is, handelt het openbaar ministerie in strijd met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel en dient het niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn vervolging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10f49d75895f859b08c7a80f1b816cda79d32ef78912966d1dedd40424081791. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10f49d75895f859b08c7a80f1b816cda79d32ef78912966d1dedd40424081791, en de alinea staat in dat document op bytes 7238 tot 8029.