Citaat | Hoge Raad 24 juni 2003

Alinea 78 Hoge Raad 24 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8678.

4.3. Klaarblijkelijk heeft het Hof geen bijzondere omstandigheden als hiervoren bedoeld aanwezig geoordeeld. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk nu het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niets inhoudt dat als een beroep op zodanige omstandigheden zou moeten worden opgevat, en de Advocaat-Generaal bij het Hof heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van veertig uren, en dus niet dat hij zal worden veroordeeld tot betaling van een geldbedrag dat overeenstemt met het transactieaanbod dat aan de verdachte zou hebben moeten zijn gedaan. Gelet daarop heeft het Hof zonder miskenning van enige rechtsregel het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk kunnen verklaren in de vervolging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10f49d75895f859b08c7a80f1b816cda79d32ef78912966d1dedd40424081791. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10f49d75895f859b08c7a80f1b816cda79d32ef78912966d1dedd40424081791, en de alinea staat in dat document op bytes 19038 tot 19782.