Citaat | Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 73 Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9414.
De rechtbank heeft in rov. 5 van haar tussenvonnis van 30 juli 1998 gemotiveerd op welke gronden De Veth, optredend namens Hovax, in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat [betrokkene 2] tot vertegenwoordiging van de Regiopolitie bevoegd was en waarom deze schijn van bevoegdheid aan laatstgenoemde moest worden toegerekend. Hierin ligt de verwerping besloten van het verweer dat Hovax/De Veth niet daadwerkelijk erop heeft vertrouwd dat [betrokkene 2] in de gegeven omstandigheden bevoegd was de Regiopolitie te binden. Het onderdeel mist dus feitelijke grondslag voorzover het zich erover beklaagt dat de rechtbank het onderhavige verweer niet heeft beoordeeld. Gezien het hiervoor in 4.5 overwogene, geeft dit oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de rechtbank zich kennelijk mede heeft gebaseerd op het feit dat De Veth, als getuige door de kantonrechter gehoord, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal dat zich onder de stukken bevindt, onder meer heeft verklaard:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec869858709431e9b59733923d8e5ac09075b30145baad2f08b14a9299ce18f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec869858709431e9b59733923d8e5ac09075b30145baad2f08b14a9299ce18f8, en de alinea staat in dat document op bytes 27923 tot 29007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec869858709431e9b59733923d8e5ac09075b30145baad2f08b14a9299ce18f8 | shasum -a 256