Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 62 Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9439.

3.5 Onderdeel A mist feitelijke grondslag voorzover het ervan uitgaat dat het hof heeft vastgesteld dat feitelijke dekking van nagenoeg elke WAM-polis zich uitstrekt tot de aansprakelijkheid van de verzekerde voor door of met een motorrijtuig veroorzaakte schade, ongeacht of zich hierbij het verkeersrisico verwezenlijkt. Het hof heeft immers niet vastgesteld dat zulks bij nagenoeg elke WAM-polis het geval is en evenmin dat, zoals het onderdeel voorts veronderstelt, in zoverre sprake is van een gebruikelijke dekking of een vast gebruik onder WAM-verzekeraars. Het hof heeft (in rov. 8.4.5) wel onder ogen gezien dat het in de praktijk voorkomt dat door Nederlandse motorrijtuigverzekeraars - anders dan het geval is bij Hannover - dekking wordt verleend, ongeacht of sprake is van verwezenlijking van het verkeersrisico, maar het behoefde daaraan geen doorslaggevende betekenis te hechten. Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk in rov. 8.5 meer gewicht toegekend aan de omstandigheid dat [verweerder] in verband met de achtergrond van de onderhavige uitsluitingsbepaling redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat de uitsluiting in de AVB-verzekering in die zin aansluit bij de dekking van de WAM-verzekering dat de aansprakelijkheid ter zake van de door [verweerder] geëxploiteerde hoogwerker, voorzover deze niet was gedekt onder de - aan de WAM beantwoordende - WAM-verzekering bij Hannover, zou zijn gedekt onder de AVB-verzekering. Eveneens begrijpelijk is dat het hof heeft geoordeeld dat Nationale-Nederlanden van [verweerder] redelijkerwijs ook niet anders mocht verwachten, hoewel in de praktijk andere WAM-verzekeraars dan de door [verweerder] gekozen Hannover wel een ruimere dekking geven dan die waartoe de WAM verplicht, waarmee een uitgebreidere uitsluiting van het motorrijtuigrisico in de AVB-polis zou kunnen corresponderen. In de kennelijke en niet onbegrijpelijke gedachtegang van het hof heeft Nationale-Nederlanden moeten begrijpen dat het [verweerder] te doen was om een volledige verzekering van de aansprakelijkheid ter zake van de hoogwerker en dat het op de weg lag van Nationale-Nederlanden, die als verzekeraar geacht moet worden met de verzekeringspraktijk en met het (nog) bestaan van beperkte WAM-verzekeringen als die van Hannover bekend te zijn, in de door haar opgestelde polisvoorwaarden met voldoende duidelijkheid tot uitdrukking te brengen dat de door haar aangeboden AVB-verzekering niet aansluit bij de verplichte WAM-dekking, maar bij een - volgens Nationale-Nederlanden inmiddels gebruikelijk geworden - ruimere dan de verplichte WAM-dekking. Onderdeel A wordt derhalve tevergeefs voorgesteld, evenals onderdeel B voorzover dit klaagt over onvoldoende motivering van 's hofs oordeel dat Nationale-Nederlanden moest verwachten dat [verweerder] redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat de uitsluiting in de AVB-polis aansluit bij de dekking onder de door [verweerder] afgesloten WAM-polis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/940ef3e783d36d87ad6e5c1a2023e9cb1078834dfa3007c40fef347424db3205. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 940ef3e783d36d87ad6e5c1a2023e9cb1078834dfa3007c40fef347424db3205, en de alinea staat in dat document op bytes 16675 tot 19628.