Citaat | Hoge Raad 6 juni 2003
Alinea 79 Hoge Raad 6 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9440.
3.5.3 De door de Ondernemingskamer vastgestelde feiten die in cassatie niet of tevergeefs zijn bestreden, wijzen erop dat [verweerder in cassatie] en [verzoeker tot cassatie] hebben gekozen voor een juridische constructie die ertoe leidt dat zij samen zowel de zeggenschapsrechten als het economisch belang bij de gecertificeerde aandelen hebben behouden. Het oordeel van de Ondernemingskamer dat [verzoeker tot cassatie] geen feiten en omstandigheden heeft gesteld die tot een ander oordeel kunnen leiden, is niet onbegrijpelijk en het is, in het licht van het processuele debat hierover, toereikend gemotiveerd. In het bijzonder is niet onbegrijpelijk dat de Ondernemingskamer ervan is uitgegaan dat de tekst van het overgelegde "Contrat Fiduciaire" bij gebreke van een voldoende gemotiveerde betwisting door [verzoeker tot cassatie] de rechtsverhouding tussen partijen en CLL juist weergeeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1a307df6d0d1c029a74144e964c701c6f71317410b3b25d07a9e3b78c005ebc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1a307df6d0d1c029a74144e964c701c6f71317410b3b25d07a9e3b78c005ebc, en de alinea staat in dat document op bytes 23610 tot 24519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1a307df6d0d1c029a74144e964c701c6f71317410b3b25d07a9e3b78c005ebc | shasum -a 256