Citaat | Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 82 Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9440.

3.6.2 Het onderdeel faalt. Aan de Ondernemingskamer komt een grote mate van vrijheid toe bij het bepalen van de omvang van een door haar bevolen onderzoek. Op dit punt kunnen aan haar oordeel dan ook geen hoge motiveringseisen worden gesteld. In het bijzonder behoeft de Ondernemingskamer niet op alle stellingen van partijen die hierop betrekking hebben, in te gaan. Haar oordeel is, als in hoge mate van feitelijke aard, in cassatie slechts beperkt toetsbaar. Nu de Ondernemingskamer heeft vastgesteld dat al vanaf 1995 problemen bestaan tussen [verweerder in cassatie] en [verzoeker tot cassatie] die betrekking hebben op het beleid van de vennootschap als aandeelhouder van SNF S.A., is haar oordeel dat een onderzoek nodig is vanaf de datum van oprichting van de vennootschap, niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1a307df6d0d1c029a74144e964c701c6f71317410b3b25d07a9e3b78c005ebc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1a307df6d0d1c029a74144e964c701c6f71317410b3b25d07a9e3b78c005ebc, en de alinea staat in dat document op bytes 25232 tot 26047.