Citaat | Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 86 Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9440.

3.8 Onderdeel 6 klaagt dat de Ondernemingskamer ten onrechte de benoemde onderzoeker heeft gemachtigd tot het raadplegen van de boeken, bescheiden, en andere gegevensdragers en het zich doen tonen van de bezittingen van SNF S.A., zulks zoals in rov. 3.9 nader is omschreven. Deze klacht is gegrond. De Ondernemingskamer heeft miskend dat in het tweede lid van art. 2:351 BW uitdrukkelijk is bepaald dat deze machtiging alleen door haar kan worden gegeven op verzoek van de door haar benoemde personen indien dit voor een juiste vervulling van hun taak nodig is. Hieruit volgt dat de Ondernemingskamer niet ambtshalve of op verzoek van de partij die voorlopige voorzieningen vraagt, deze machtiging kan verlenen, doch alleen daarover kan beslissen naar aanleiding van een eventueel verzoek van de door haar benoemde onderzoeker waarin wordt toegelicht waarom deze machtiging in verband met een behoorlijke taakvervulling van de onderzoeker(s) in het onderhavige geval noodzakelijk is en waarover de betrokken rechtspersoon zo nodig en zo mogelijk kan worden gehoord. De overige klachten van het onderdeel behoeven geen bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1a307df6d0d1c029a74144e964c701c6f71317410b3b25d07a9e3b78c005ebc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1a307df6d0d1c029a74144e964c701c6f71317410b3b25d07a9e3b78c005ebc, en de alinea staat in dat document op bytes 29540 tot 30682.