Citaat | Hoge Raad 7 oktober 2003
Alinea 21 Hoge Raad 7 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 7 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9473.
Die in het middel bestreden gang van zaken is niet in strijd met art. 6, tweede lid, EVRM, aangezien in de in art. 511b e.v. Sv geregelde procedure aan de betrokkene de gelegenheid wordt geboden zich te verdedigen, waartoe mede behoort de gelegenheid aan te (doen) voeren dat en waarom er onvoldoende aanwijzingen bestaan dat de in art. 36e, tweede lid, Sr bedoelde soortgelijke feiten of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, door de betrokkene zijn begaan, ofwel niet aannemelijk is dat de in art. 36e, derde lid, Sr bedoelde andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Dat de procedure naar aanleiding van een vordering als bedoeld in art. 36e, eerste en/of derde lid, Sr blijkens art. 311, eerste lid laatste volzin, Sv moet worden opgevat als een afzonderlijk onderdeel dan wel voortzetting van dezelfde vervolging die kan leiden tot veroordeling tot straf, noopt niet tot een ander oordeel (vgl. HR 1 april 2003, LJN AF4146).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb68af3c5c9cc4959ecfc2c795d6f060fce38b3e877ea3a58b9b9804599cf0d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb68af3c5c9cc4959ecfc2c795d6f060fce38b3e877ea3a58b9b9804599cf0d9, en de alinea staat in dat document op bytes 9721 tot 10782.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb68af3c5c9cc4959ecfc2c795d6f060fce38b3e877ea3a58b9b9804599cf0d9 | shasum -a 256