Citaat | Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 43 Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9710.
3.6.2 De klachten van al deze onderdelen bouwen ten dele voort op onderdeel 1.2 en moeten derhalve het lot daarvan delen. Voor het overige miskennen zij dat het aan de rechter die over de feiten oordeelt, is om vast te stellen wat de gemiddelde vakman al dan niet leest in een octrooischrift in combinatie met de stand van de techniek op de prioriteitsdatum. Het hof heeft daarbij klaarblijkelijk getoetst aan de door het middel bedoelde maatstaven en zijn oordeel voldoende en begrijpelijk gemotiveerd. Voor zover het middel klaagt over de ontoereikendheid van de motivering, stelt het daaraan eisen die geen steun vinden in het recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0, en de alinea staat in dat document op bytes 13930 tot 14579.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0 | shasum -a 256