Citaat | Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 47 Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9710.

3.9.2 In het algemeen kan niet worden aanvaard dat een periode van 28 dagen tussen memorie van antwoord en de datum van de pleidooien te kort is om zich deugdelijk te kunnen verweren tegen hetgeen in de memorie van antwoord is aangevoerd. Het hof behoefde in die tijdsduur dan ook niet ambtshalve reden te vinden voor aanhouding van de pleidooien in verband met de handhaving van het recht van hoor en wederhoor. Voor zover Roche aan een langere periode dan 28 dagen behoefte had in verband met de mogelijkheid van verweer aan de hand van daartoe uit te voeren proefnemingen, had zij met een beroep daarop om aanhouding van de pleidooien kunnen verzoeken, doch niet gebleken is dat zij dat ook heeft gedaan. Van strijd met de eisen van een goede procesorde kan daarom ook in dit opzicht geen sprake zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0, en de alinea staat in dat document op bytes 16185 tot 17010.