Citaat | Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 63 Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9710.

4.1.5 Onderdeel I.4 verwijt het hof niet te zijn ingegaan op een aantal stellingen van [verweerder] c.s. waaruit volgens hen zeer duidelijk zou blijken dat en waarom het Wistar-antilichaam niet nieuwheidsschadelijk is. Deze klacht faalt, omdat uit rov. 13 van het bestreden arrest volgt dat het hof deze stellingen heeft verworpen. In het licht van de regel dat het aan de octrooihouder verleende uitsluitend recht wordt bepaald door de inhoud van de conclusies van het octrooischrift, waarbij de beschrijving dient tot uitleg van die conclusies, is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1908867225ee206e8bf1e4c3333737d46f4c21be0dab416b2986a60dee43e4f0, en de alinea staat in dat document op bytes 26019 tot 26626.